ECLI:NL:RBOBR:2015:1679

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
26 maart 2015
Publicatiedatum
26 maart 2015
Zaaknummer
01/845253-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14c SrArt. 14d SrArt. 27 Wetboek van StrafrechtArt. 1 Wet op de identificatieplicht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens niet-naleving bijzondere voorwaarden

Bij onherroepelijk vonnis van 17 juni 2013 is aan de veroordeelde een gevangenisstraf van 14 maanden opgelegd, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer naleving van aanwijzingen van de reclassering, behandeling voor borderline problematiek en verslaving, onthouding van verdovende middelen en alcohol, en medewerking aan toezicht en identificatie.

De officier van justitie verzocht de rechtbank om tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf wegens onvoldoende naleving van deze bijzondere voorwaarden. Uit het reclasseringsrapport van 8 januari 2015 en de ter zitting gegeven toelichting bleek dat de veroordeelde stelselmatig de regels, afspraken en aanwijzingen negeerde en onvoldoende meewerkte, waardoor het toezicht onvoldoende kon worden gewaarborgd.

De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd en besloot tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van zes maanden van de voorwaardelijke gevangenisstraf. Het overige deel van de straf blijft voorwaardelijk. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die tenuitvoerlegging in de weg staan.

Uitkomst: De rechtbank beveelt gedeeltelijke tenuitvoerlegging van zes maanden van de voorwaardelijke gevangenisstraf wegens niet-naleving van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht
Parketnummer: 01/845253-13
Uitspraakdatum: 26 maart 2015

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank betreffende veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],
wonende te [woonplaats], [adres],
thans gedetineerd te: PI Zuid Oost - HvB Ter Peel.

Het onderzoek van de zaak.

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 17 juni 2013 onder bovengenoemd parketnummer is aan veroordeelde onder meer opgelegd:
een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
De rechtbank heeft als algemene voorwaarden gesteld dat de veroordeelde
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
De rechtbank heeft als bijzondere voorwaarden gesteld:
-dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering;
- dat veroordeelde zich (uiterlijk) op 20 juni 2013 te 9.00 uur meldt bij de reclassering van het Leger des Heils, Dr. Cuyperslaan 80, 5623 BB Eindhoven. Hierna moet zij zich gedurende door de reclassering bepaalde perioden blijven melden zo frequent als de reclassering nodig acht;
- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen voor haar borderline problematiek in combinatie met haar verslaving bij afdeling Clinical Casemanagement van de GGzE of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ten beoordeling van de reclassering;
- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen en alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek en/of urineonderzoek, waarbij de Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
De rechtbank heeft bepaald dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d Sr. uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
De vordering van de officier van justitie strekt tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf.
De vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van 12 maart 2015, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport van Leger des Heils d.d. 8 januari 2015. Uit dit advies blijkt dat betrokkene onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorwaarden.
Het Leger des Heils vermeldt in dit advies onder andere:
De reclassering is van mening dat betrokkene, gelet op een aantal in het advies vermelde overtredingen, een toezicht op dit moment onvoldoende bewerkstelligt. Betrokkene blijft zich niet conformeren aan regels, afspraken, aanwijzingen en bijzondere voorwaarden. Betrokkene overtreedt deze stelselmatig en laat zich daar niet op aanspreken. De reclassering is dan ook van mening dat op deze basis de kans van slagen nihil is. De reclassering is van mening dat [veroordeelde] onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorwaarden. Wij adviseren om over te gaan tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel.
Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de door [reclasseringsmedewerker], werkzaam bij het Leger des Heils, per e-mail aan de officier van justitie verstrekte nadere informatie
Namens het Leger des Heils heeft[reclasseringsmedewerker] ter terechtzitting verklaard te persisteren bij de inhoud van het reclasseringsrapport van 8 januari 2015.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en hetgeen
van de zijde van veroordeelde naar voren is gebracht.

De beoordeling.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
In hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen en in de persoon van veroordeelde, ziet de rechtbank aanleiding te gelasten dat slechts een -hieronder te bepalen- gedeelte van de straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging van dat gedeelte in de weg zouden staan zijn niet gebleken.

DE BESLISSING

De rechtbank:
Beveelt de tenuitvoerlegging van een deel, te weten zes maanden, van de straf die voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer in het arrondissement Oost-Brabant van 17 juni 2013 en wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beslissing is genomen door:
mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,
mr. S.J.W. Hermans en mr. B. Damen, leden,
in tegenwoordigheid van G.G. Dirks, griffier,
en is uitgesproken op 26 maart 2015,
zijnde mr. Damen buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.