Op 1 april 2012 vond een confrontatie plaats tussen portiers van een bedrijf in Oerle en uitgaanspubliek, waarbij verdachte werd beschuldigd van openlijk geweld tegen meerdere slachtoffers. De officier van justitie vorderde een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Tijdens het onderzoek bleek dat er geweldshandelingen over en weer waren gepleegd. De verklaringen van de aangever en zijn familieleden, die allen aangifte deden, vertoonden overeenkomsten die de rechtbank als mogelijk beïnvloed beschouwde, waardoor de betrouwbaarheid van deze verklaringen onvoldoende was. Er ontbraken daarnaast andere getuigenverklaringen of bewijzen die het ten laste gelegde feit overtuigend konden ondersteunen.
De rechtbank oordeelde dat het niet aannemelijk was dat verdachte samen met anderen het openlijk geweld had gepleegd. Daarom werd verdachte vrijgesproken. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard en zij werden veroordeeld in de kosten van de verdachte.