ECLI:NL:RBOBR:2015:202

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
16 januari 2015
Publicatiedatum
16 januari 2015
Zaaknummer
C/01/288357 / JE RK 15-2
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek verlenging ondertoezichtstelling door niet-gecertificeerde instelling

De Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant verzocht op 5 januari 2015 om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen. Dit verzoek werd ingediend na de inwerkingtreding van de nieuwe Jeugdwet per 1 januari 2015, waarin is bepaald dat alleen gecertificeerde instellingen dergelijke verzoeken mogen indienen.

Tijdens de zitting op 15 januari 2015, die met gesloten deuren plaatsvond, werden de betrokken partijen gehoord. De stichting erkende dat zij niet-ontvankelijk was in haar verzoek vanwege het ontbreken van certificering. De Raad voor de Kinderbescherming gaf aan een nieuw verzoek te zullen indienen voordat de huidige ondertoezichtstelling afloopt.

De kinderrechter oordeelde dat de stichting niet bevoegd was het verzoek in te dienen en verklaarde haar daarom niet-ontvankelijk. Deze beslissing werd op 16 januari 2015 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter P.P.M. van Reijsen.

Uitkomst: De stichting werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling omdat zij geen gecertificeerde instelling is.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/288357 / JE RK 15-2
datum uitspraak: 16 januari 2015

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT, hierna te noemen: de stichting,

gevestigd te Eindhoven
betreffende
[kind 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [kind 1],
[kind 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [kind 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam] hierna te noemen: (de) vader,

wonende te [plaats],

[naam] hierna te noemen: (de) moeder,

wonende te [plaats],

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, hierna te noemen: de raad,

gevestigd te Eindhoven.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit een tweetal verzoekschriften met bijlagen van de stichting van 29 december 2014, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 5 januari 2015.
Op 15 januari 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- twee vertegenwoordigers van de raad,
- een vertegenwoordiger van de stichting.
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de moeder,
- de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
[kind 1] en [kind 2] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 7 maart 2014 is de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] met ingang van 11 maart 2014 voor de duur van een jaar verlengd.

Het verzoek

De stichting heeft thans verzocht de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] te verlengen voor de duur van één jaar.

De beoordeling

De kinderrechter heeft geconstateerd dat de verzoekschriften tot verlenging van de ondertoezichtstelling zijn ingediend na 1 januari 2015, zijnde de datum waarop de nieuwe jeugdwetgeving in werking is getreden. Hierin is onder andere bepaald, voor zover hier relevant, dat alleen een gecertificeerde instelling een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling kan indienen. De onderhavige verzoekschriften zijn ingediend door de stichting, niet zijnde een gecertificeerde instelling.
Ter zitting van 15 januari 2015 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunten kenbaar te maken.
De stichting heeft verklaard dat zij niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
De raad heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter ter zake. Indien de stichting niet-ontvankelijk wordt verklaard, zal de raad schriftelijk een verzoek tot een nieuwe ondertoezichtstelling indienen, voordat de huidige ondertoezichtstelling expireert.
De kinderrechter overweegt als volgt.
De stichting is niet bevoegd tot het doen van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, nu zij niet een gecertificeerde instelling is. Om die reden zal de kinderrechter de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek verklaren.

De beslissing

De kinderrechter:
verklaart de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.P.M. van Reijsen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.E.M. Bullens als griffier en in het openbaar uitgesproken op
16 januari 2015.
sem