Uitspraak
[verdachte],
(bijlage 1)is aan verdachte ten laste gelegd dat:
Rechtbank Oost-Brabant
Op 25 november 2012 vond een incident plaats waarbij een politieagent (verbalisant) probeerde een aanhouding te verrichten. Verdachte en anderen zouden hierbij betrokken zijn geweest bij geweldshandelingen tegen de agent. Verdachte werd primair beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag en zware mishandeling, subsidiair van openlijke geweldpleging.
Tijdens de terechtzittingen op 13 mei 2013 en 27 maart 2015 werd het bewijs onderzocht. De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte uitvoerende handelingen verrichtte die wezenlijk en significant bijdroegen aan het gepleegde geweld. Verdachte ontkende handelingen, maar getuigen verklaarden dat hij duwde en trok aan de verbalisant en een medeverdachte.
De rechtbank oordeelde echter dat deze gedragingen niet gericht waren op het plegen of bevorderen van geweld, maar mogelijk op het kalmeren van de situatie. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd de voorlopige hechtenis opgeheven en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Inbeslaggenomen goederen werden aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen poging tot doodslag, zware mishandeling en openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs.