Op 25 november 2012 heeft verdachte in 's-Hertogenbosch een politieagent (verbalisant) meerdere malen met gebalde vuisten tegen het hoofd geslagen tijdens een worsteling, terwijl de agent hem probeerde aan te houden. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag, maar de rechtbank sprak hem hiervan vrij omdat hij niet verantwoordelijk werd geacht voor de schoppen die anderen tegen het hoofd van de agent uitdeelden.
De rechtbank achtte wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan poging tot zware mishandeling van de politieagent. Het hoofd is een kwetsbaar deel van het lichaam en het slaan met kracht bracht een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel met zich mee. Verdachte toonde grote minachting voor het openbaar gezag en was de initiator van het incident door de agent eerst uit te schelden.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 114 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, rekening houdend met het voorarrest van 66 dagen. Tevens werd verdachte veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van €3.000,70 aan het slachtoffer, bestaande uit immateriële en materiële schade. Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen poging doodslag.
De zaak kende een langdurige procedure, met een onverklaarbare periode van ruim anderhalf jaar tussen verhoren en inhoudelijke behandeling, wat de rechtbank meewoog bij de strafbepaling. De rechtbank vond dat ondanks deze vertraging een gevangenisstraf passend was gezien de ernst van het feit en de maatschappelijke impact van geweld tegen een politieagent tijdens diens dienst.
De rechtbank wees ook de vordering van de benadeelde partij toe en legde hoofdelijk aansprakelijkheid op voor de schadevergoeding. Daarnaast werd een inbeslaggenomen spijkerbroek aan verdachte teruggegeven. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 10 april 2015.