ECLI:NL:RBOBR:2015:2083

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
13 april 2015
Publicatiedatum
10 april 2015
Zaaknummer
01/050353-96
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar bij bedreiging met misdrijf tegen het leven

Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch in 1997 ter beschikking gesteld vanwege een bedreiging met een misdrijf tegen het leven. Deze maatregel is reeds meerdere malen verlengd, laatstelijk met één jaar in april 2014. De officier van justitie vordert verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Tijdens de terechtzitting van 30 maart 2015 zijn de officier van justitie, de deskundige, betrokkene en zijn raadsman gehoord. Diverse rapporten, waaronder psychologisch en psychiatrisch onderzoek, en een advies van de reclassering zijn in het dossier opgenomen. De deskundigen adviseren unaniem verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar en continuering van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Betrokkene en zijn raadsman verzetten zich niet tegen de verlenging. De rechtbank acht, gelet op de adviezen en de veiligheid van anderen, verlenging noodzakelijk. De voorwaardelijke beëindiging van de verpleging blijft gehandhaafd onder de bestaande voorwaarden.

De rechtbank besluit daarom de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen en bevestigt de voorwaarden waaronder de dwangverpleging voorwaardelijk is beëindigd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van betrokkene met twee jaar en handhaaft de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Team strafrecht
Parketnummer: 01/050353-96 Uitspraakdatum: 13 april 2015

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1955],
wonende te [adres 1],
hierna te noemen: betrokkene.

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 mei 1997 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 25 april 2014 met één jaar verlengd.
De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 9 februari 2015 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar. Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 maart 2015. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige, betrokkene en zijn raadsman gehoord.
In het dossier bevinden zich onder andere:
  • de beslissing van deze rechtbank van 25 april 2014, waarbij de terbeschikkingstelling van betrokkene met één jaar is verlengd,
  • het advies van Reclassering Nederland, toezichtunit 2 Zuid, te 's-Hertogenbosch van 29 januari 2015,
  • het rapport van 27 december 2014 opgemaakt van het psychologisch onderzoek ingesteld door P.E. Geurkink, forensisch psycholoog,
  • het rapport van 6 januari 2015 opgemaakt van het psychiatrisch onderzoek ingesteld door mevrouw M. Drost, psychiater,
  • de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen,
  • het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Bij beslissing van de rechtbank van 31 maart 2010 is de verpleging van overheidswege van betrokkene onder voorwaarden geëindigd. Bij beslissingen van 6 april 2011en van 25 april 2014 zijn die voorwaarden gewijzigd. De voorwaarden waar betrokkene zich thans aan dient te houden, staan in die beslissingen vermeld.
In voormeld rapport van 29 januari 2015 heeft de Reclassering geadviseerd de terbeschikkingstelling van betrokkene met twee jaar te verlengen en de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te continueren. Ter zitting van 30 maart 2015 heeft de deskundige Vloet onder het geven van een nadere toelichting, bij dit advies gepersisteerd.
In het door haar op 6 januari 2015 uitgebrachte rapport, komt de psychiater mevrouw Drost eveneens tot het advies dat de terbeschikkingstelling van betrokkene met twee jaar moet worden verlengd. Ook zij adviseert de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege onder de huidige voorwaarden voort te zetten. Forensisch psycholoog Geurkink heeft zich van advies onthouden omdat betrokkene heeft geweigerd aan het door de psycholoog in te stellen onderzoek medewerking te verlenen.
Nadat de officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar, hebben betrokkene en zijn raadsman verklaard dat zij zich tegen die verlenging niet zullen verzetten.
De rechtbank verenigt zich met de uitgebrachte adviezen en de gronden waarop die berusten. Gelet de inhoud van deze adviezen, de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting en de standpunten van de officier van justitie, betrokkene en zijn raadsman, is de rechtbank, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De rechtbank zal de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, onder de thans geldende voorwaarden, handhaven.

DE BESLISSING

De rechtbank:
Verlengtde termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met
twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter,
mr. I.L.A. Boer en mr. A.M.R. van Ginneken, leden,
in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,
en is uitgesproken op 13 april 2015.
Mr. Van Ginneken is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.