ECLI:NL:RBOBR:2015:2169
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende overtuigend bewijs ontuchtige handelingen minderjarige
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen januari 2013 en januari 2014 te Deurne. De tenlastelegging betrof het betasten van de borsten, vagina en/of penis van het slachtoffer, dat toen jonger was dan zestien jaar.
Tijdens de zittingen op 30 oktober 2014 en 31 maart 2015 heeft de rechtbank zowel de vordering van de officier van justitie als de verdediging gehoord. Hoewel er voldoende wettig bewijs was, waaronder verklaringen van het slachtoffer, verdachte zelf en een zus van het slachtoffer, achtte de rechtbank het bewijs onvoldoende overtuigend. Dit vanwege de beperkte en terughoudende verklaring van het verstandelijk beperkte slachtoffer, het ontbreken van getuigen en eerdere meldingen van het slachtoffer over seksuele handelingen.
De rechtbank concludeerde dat er te veel twijfel bestond over het daadwerkelijk plaatsvinden van de ontuchtige handelingen. Daarom sprak zij verdachte vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met een minderjarige.