ECLI:NL:RBOBR:2015:2181
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor poging tot afpersing gepleegd in vereniging met anderen in de periode van 5 tot 6 april 2012 te Eindhoven. Verdachte en zijn mededaders dreigden het slachtoffer met geweld en intimidatie, waaronder een inval door 400 personen van een motorbende en het doen verdwijnen van het slachtoffer en haar dochter, teneinde een bedrag van circa 120.000 euro af te dwingen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met zijn mededaders, mede op basis van geluidsopnames en beelden van een gesprek waarin het plan werd besproken en een bezoek aan het café van het slachtoffer om de dreiging kracht bij te zetten. Het verweer van vrijwillige terugtred werd verworpen omdat het misdrijf niet door de wil van verdachte werd beëindigd.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 365 dagen op, waarvan 293 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. De straf weerspiegelt de ernst van de bedreigingen, de impact op het slachtoffer en de maatschappelijke onrust die dergelijke feiten veroorzaken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 365 dagen gevangenisstraf waarvan 293 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren voor poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen.