Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2015 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de burgemeester van de gemeente Helmond, verweerder
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:de vennootschap onder firma IJssalon Nemanja (ijssalon), te Mierlo-Hout, (gemachtigde: mr. I. van Geel).
Procesverloop
Overwegingen
Bij besluit van 12 juli 2012 heeft verweerder aan de ijssalon een exploitatievergunning verleend. Aan deze vergunning is onder meer als voorschrift verbonden dat omwonenden geen hinder en/of overlast (onder andere geluid) mogen ondervinden afkomstig uit de inrichting.
De verleende terrasvergunning heeft betrekking op een terras van 9,5 bij 3,5 meter aan de voorzijde van de ijssalon.
- bezoekers van de ijssalon die overal fietsen parkeren, waaronder tegen zijn pand;
- bezoekers van de ijssalon die op de erfafscheiding zitten die bij zijn pand hoort;
- bezoekers van de ijssalon die auto’s voor zijn pand parkeren, waardoor eiser niet met zijn auto van zijn uitrit kan rijden;
- overlast door spelende en schreeuwende kinderen.
Verder heeft eiser erop gewezen dat zich ernstige incidenten hebben voorgedaan en dat hij is mishandeld.
Ter onderbouwing van zijn betoog heeft eiser onder meer foto’s, een getuigenverklaring en aangiftes overgelegd.
Een uitgebreid terras zal volgens hem meer klandizie aantrekken dan voorheen en leidt naar alle waarschijnlijkheid tot een vermeerdering van klachten. Daarnaast zullen klanten, wanneer zich een terras bij de ijssalon bevindt, geneigd zijn langer bij de ijssalon te blijven.
De voorschriften bij de terrasvergunning maken volgens eiser geen einde aan de ernstige overlast. Volgens eiser houdt de ijssalon zich niet aan de voorschriften. Eiser wijst erop dat hij woont op een locatie waar vóór 2012 geen horeca was gevestigd. Eiser is van mening dat het bestreden besluit in strijd is met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en dat de belangenafweging in het nadeel van de ijssalon had moeten uitvallen.
7.1. Verder heeft verweerder de exploitatievergunning van de ijssalon gewijzigd bij besluit van 18 juni 2014. In de exploitatievergunning is aangegeven dat de beschrijving van hinder en overlast met name betrekking heeft op hinder en/of overlast voor (de bewoners van) het pand van de buren, gelegen aan [adres 1]. Als voorschrift is toegevoegd dat tijdens de openingstijden van de ijssalon een gecertificeerde beveiliger aanwezig dient te zijn die erop toeziet dat omwonenden geen hinder en/of overlast ondervinden, afkomstig uit de inrichting.
Op 30 juni 2014 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de gemeente en de ijssalon. Daarbij is voorschrift 8 van de exploitatievergunning als volgt verder gespecificeerd:
“Onder de hinder/overlast genoemd in voorschrift 8 (Omwonenden mogen geen hinder en/of overlast (onder andere geluid) ondervinden afkomstig uit de inrichting) wordt in ieder geval begrepen:
* dat als de ijssalon voor het publiek geopend is tegen de zijgevel of schutting van [adres 1] fietsen geplaatst worden door bezoekers van de ijssalon.
* dat er op de erfafscheiding van de voortuin van [adres 1] bezoekers van de ijssalon zitten.
* dat er afval afkomstig van de ijssalon in de voortuin van [adres 1] ligt.”
€ 13,68 (3 uren x € 4,56). De overige door eiser genoemde kosten komen op grond van artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht niet voor vergoeding in aanmerking. Het totale bedrag aan proceskostenveroordeling bedraagt € 1.515,28.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
de uitspraak te ondertekenen.