Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01/123299-13
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van twee bedreigingen gepleegd in Schijndel in november 2013 en februari 2014. De officier van justitie vorderde een taakstraf of voorwaardelijke hechtenis, gebaseerd op verklaringen van de slachtoffers en hun partners en familieleden.
Tijdens de zittingen bleek dat er meerdere discrepanties en tegenstrijdigheden waren tussen de verklaringen van de aangevers en de getuigen. De verdediging betoogde dat deze inconsistenties de betrouwbaarheid van de verklaringen ondermijnden.
De rechtbank concludeerde dat de verklaringen op essentiële punten zodanig van elkaar afweken dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte de bedreigingen had gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke veroordeling afgewezen, omdat verdachte werd vrijgesproken. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven, waarbij de voorlopige hechtenis al eerder was geschorst.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 17 april 2015 in aanwezigheid van de griffier, waarbij één lid niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs door tegenstrijdige verklaringen.