ECLI:NL:RBOBR:2015:2609
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs mensenhandel
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van mensenhandel in de periode van juli 2012 tot augustus 2013. Verdachte zou meerdere vrouwen hebben vervoerd met het oogmerk dat zij seksuele handelingen verrichtten tegen betaling. De officier van justitie eiste een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.
Tijdens de terechtzitting bleek dat verdachte een taxibedrijf had en regelmatig klanten van Eindhoven Airport naar Beerse in België vervoerde. Hoewel één van de vrouwen verklaarde dat zij in de prostitutie werkte, was er geen bewijs dat verdachte hiervan op de hoogte was. Andere vrouwen ontkenden prostitutiewerkzaamheden en het dossier bevatte geen feiten die dit konden bevestigen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte wist dat de vrouwen zich beschikbaar stelden voor seksuele handelingen. Verdachte sprak zelf uit niet zeker te zijn van het doel van de ritten. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging mensenhandel.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van seksuele uitbuiting van vervoerde vrouwen.