ECLI:NL:RBOBR:2015:2632
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van drugshandel in cocaïne met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk verkopen, afleveren en vervoeren van cocaïne in de periode van 1 november 2013 tot en met 17 april 2014. De tenlastelegging werd beperkt tot deze periode op basis van getuigenverklaringen die aangaven dat de handel vanaf die datum plaatsvond.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte samen met een ander harddrugs heeft verhandeld, een strafbaar feit onder de Opiumwet. De strafbaarheid van verdachte werd niet betwist en er waren geen omstandigheden die deze uitsloten. De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van het feit en de schadelijke gevolgen van harddrugsgebruik mee, evenals het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld.
De opgelegde straf bestaat uit 73 dagen gevangenisstraf, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 140 uur. De rechtbank vond deze straf passend en voldoende om de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking te brengen. Daarnaast werden vijf inbeslaggenomen sealbags onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank wees een hogere gevangenisstraf dan 73 dagen af, ondanks de eis van zes maanden, omdat zij van oordeel was dat de opgelegde straf voldoende recht doet aan de ernst van het delict. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 4 mei 2015.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 73 dagen gevangenisstraf waarvan 60 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 140 uur voor medeplegen van handel in cocaïne.