ECLI:NL:RBOBR:2015:2753
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk brandstichten met gemeen gevaar voor goederen
Op 20 februari 2014 stichtte verdachte brand in een bedrijfsgebouw door een met benzine doordrenkte doek en een jerrycan in brand te steken. Verdachte had eerder die avond voorbereidingen getroffen, zoals het boren van een gaatje in een brandstoftank en het plaatsen van jerrycans met brandbare vloeistof, maar deze handelingen leidden niet tot de brand.
De brandweer kon de brand tijdig blussen, waardoor de brand zich niet verspreidde. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht met gemeen gevaar voor goederen, waaronder het pand en de aanwezige voertuigen. Er was echter onvoldoende bewijs voor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, zodat verdachte daarvoor vrijgesproken werd.
Verdachte leed ten tijde van het feit aan een milde depressieve stoornis en was licht verminderd toerekeningsvatbaar. Gezien zijn persoonlijke omstandigheden, het ontbreken van een strafblad, zijn medewerking en positieve gedragsverandering, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden op met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank vond deze straf passend en voldoende voor normhandhaving.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden met een proeftijd van twee jaar voor opzettelijk brandstichten met gemeen gevaar voor goederen.