Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2015 in de zaken tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
9. De rechtbank leidt uit de weergave van de controle in het, in het bestreden besluit gehandhaafde, primaire besluit en uit de brief van verweerder aan [eiseres] (…) af dat verweerder van mening is dat er sprake is van overlast. Verweerder heeft die lezing ter zitting bevestigd.
10. De rechtbank concludeert, op basis hiervan, dat de overlast al in voldoende mate is geobjectiveerd in de door verweerder ter zitting bedoelde zin. Bij de conclusie, in de brief van 12 november 2012, dat er sprake is van overlast en dat maatregelen noodzakelijk worden geacht om die overlast te verminderen – bij gebreke waarvan verweerder handhavend zal optreden – valt niet te begrijpen waarom verweerder meent niet handhavend te kunnen optreden. Ondanks dat artikel 2:60 van Pro de APV geen concrete norm bevat, op grond waarvan kan worden bepaald hoeveel honden [eiseres] mag houden, heeft verweerder niet kunnen volstaan met een advies aan [eiseres] om het aantal honden terug te brengen en haar te vragen om passende maatregelen te treffen.
- de honden mogen van maandag tot en met vrijdag niet in de periode tussen 19:30 uur en 7:30 uur in het achtererfgebied van uw perceel worden (uit)gelaten. Indien toch geconstateerd wordt dat in deze periode honden op het achtererf gebied rondlopen, verbeurt u een dwangsom van