Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.De processtukken
- een door de griffier van deze rechtbank opgemaakte akte, waaruit blijkt dat op 12 december 2014 onder nummer 82/2014 de bescheiden als bedoeld in artikel 63 juncto Pro artikel 23 van Pro de Onteigeningswet ter griffie zijn gedeponeerd,
- de hypothecaire en kadastrale bescheiden met betrekking tot het onderhavige perceel,
- een exploot van 20 januari 2015, waarbij aan ING, gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Helmond en aan ING, gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Amsterdam, hypotheekhouder, het exploot van dagvaarding werd betekend.
2.De procedure
- het exploot van dagvaarding,
- de akte tot inbrengen producties,
- de conclusie van antwoord zijdens [gedaagde 1] c.s.,
- de incidentele conclusie strekkende tot tussenkomst van ING
- de conclusie van antwoord in het incident zijdens de gemeente,
- de conclusie van antwoord in het incident zijdens [gedaagde 1] c.s.,
- de conclusie van antwoord zijdens ING
- de akte vermindering eis van de gemeente.
- het verzoekschrift dat de gemeente op 17 november 2014 op de voet van artikel 54a en volgende van de Onteigeningswet ter griffie van deze rechtbank heeft ingediend, strekkende tot opneming van de ligging en de gesteldheid van het te onteigenen voor de aanvang van het geding,
- de beschikking van 16 december 2014 met zaaknummer 286595 / EX RK 14-24, waarbij de rechtbank een deskundige en een rechter-commissaris heeft benoemd en de datum voor de plaatsopneming heeft bepaald,
- het proces-verbaal van plaatsopneming van 3 februari 2015.
- de pleitnotities van de gemeente,
- de pleitnotities van [gedaagde 1] c.s..
3.De beoordeling
in het incident
“Het aanbod van de familie [gedaagde 1] om te komen tot een minnelijke verwerving van een gedeelte van het perceel F 2325 voor de aanleg van de Zuidelijke Omlegging is besproken in de vergadering van ons college van B&W op 7 oktober 2014. Het aanbod is afgewezen. De meest in het oog springende bezwaren tegen het aanbod zijn, kort samengevat, de waardebepaling van het te verwerven perceel, het verzoek om te mogen uitwegen op de Zuidelijke om vraag(sic)
om de laanbeplanting ter hoogte van het te verwerven perceel achterwege te laten. U gaat uit van een waarde van het te verwerven perceel van € 3,00 per m2. Wij hebben uit recente verkopen de ervaring mogen opdoen dat de gemiddelde verkoopwaarde van soortgelijke percelen € 6,72 bedraagt. Het verzoek om te mogen uitwegen op de Zuidelijke Omlegging en het achterwege laten van laanbeplanting ter hoogte van het te verwerven perceel zijn voor ons onbespreekbaar.”.
4.De beslissing
in het incident
27 mei 2015, teneinde ING en [gedaagde 1] c.s. in de gelegenheid te stellen opgave te doen van hun kosten in het incident, waarna de gemeente in de gelegenheid is om op de rol van
24 juni 2015daarop te reageren.
27 mei 2015,teneinde [gedaagde 1] c.s. en ING in de gelegenheid te stellen opgave te doen van hun kosten, waarna de gemeente in de gelegenheid is om op de rol van
24 juni 2015daarop te reageren.