ECLI:NL:RBOBR:2015:3021

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2015
Publicatiedatum
26 mei 2015
Zaaknummer
01/865138-14
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling leraar voor ontuchtige handelingen met minderjarige leerlingen

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 26 mei 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen een leraar die zich schuldig heeft gemaakt aan ontuchtige handelingen met twee minderjarige leerlingen, beiden tussen de twaalf en zestien jaar oud, aan wie hij was toevertrouwd als docent. De feiten betreffen onder meer seksueel binnendringen en betasting, gepleegd in de periode van 2012 tot 2014.

Tijdens de zittingen op 16 februari en 12 mei 2015 is het bewijs uitgebreid besproken. De rechtbank achtte de verklaringen van de slachtoffers en de bekennende verklaring van verdachte wettig en overtuigend. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, met name vanwege het ontbreken van aangifte en toetsbaarheid van een informatief gesprek, maar dit werd door de rechtbank verworpen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 278 dagen op, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en een contactverbod met de slachtoffers als bijzondere voorwaarde. Daarnaast werd een taakstraf van 180 uur opgelegd, subsidiair 90 dagen hechtenis. De rechtbank wees een beroepsverbod af, omdat de veroordeling zelf al het verkrijgen van een Verklaring omtrent het Gedrag verhindert.

Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, het misbruik van vertrouwen, de jonge leeftijd van de slachtoffers, en het feit dat verdachte geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten heeft. Verdachte heeft zijn strafbare feiten direct toegegeven en volledig meegewerkt aan het onderzoek.

De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde bewezen en strafbaar, sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en bepaalde dat de voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van de uitspraak.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 278 dagen gevangenisstraf waarvan 180 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 180 uur voor ontuchtige handelingen met minderjarige leerlingen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht
Parketnummer: 01/865138-14
Datum uitspraak: 26 mei 2015
Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1977],
wonende te [adres 1].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2015 en 12 mei 2015.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 januari 2015.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 februari 2014 tot en met 11 november 2014 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren op [1998]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, en al dan niet aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als leerkracht van die [slachtoffer 1], een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], immers heeft hij, verdachte, (telkens) (onder meer):
- (een) vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of
- zijn geslachtsdeel laten betasten door die [slachtoffer 1] en/of
- de vagina van die [slachtoffer 1] betast en/of
- de borsten van die [slachtoffer 1] betast en/of
- het lichaam van die [slachtoffer 1] betast en/of
- die [slachtoffer 1] geknuffeld en/of ge(tong)zoend;
art. 245 jo Pro.248 Wetboek van Strafrecht
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 februari 2014 tot en met 11 november 2014 te Eindhoven, met [slachtoffer 1] (geboren op [1998]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, en al dan niet aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als leerkracht van die [slachtoffer 1], (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, (telkens) (onder meer):
- (een) vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of
- zijn geslachtsdeel laten betasten door die [slachtoffer 1] en/of
- de vagina van die [slachtoffer 1] betast en/of
- de borsten van die [slachtoffer 1] betast en/of
- het lichaam van die [slachtoffer 1] betast en/of
- die [slachtoffer 1] geknuffeld en/of ge(tong)zoend;
art. 247 jo Pro. 248 Wetboek van Strafrecht
2. hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 januari 2012 tot en met 31 december 2012 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [1997]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, en al dan niet aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als leerkracht van die [slachtoffer 2], een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], immers heeft hij, verdachte, (telkens) (onder meer):
- (een) vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en/of
- zijn geslachtsdeel laten betasten door die [slachtoffer 2] en/of
- de vagina van die [slachtoffer 2] betast en/of
- de borsten van die [slachtoffer 2] betast en/of
- het lichaam van die [slachtoffer 2] betast en/of
- die [slachtoffer 2] geknuffeld en/of ge(tong)zoend;
art. 245 jo Pro.248 Wetboek van Strafrecht
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 januari 2012 tot en met 31 december 2012 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [1997]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, en al dan niet aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als leerkracht van die [slachtoffer 2], (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, (telkens) (onder meer):
- (een) vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en/of
- zijn geslachtsdeel laten betasten door die [slachtoffer 2] en/of
- de vagina van die [slachtoffer 2] betast en/of
- de borsten van die [slachtoffer 2] betast en/of
- het lichaam van die [slachtoffer 2] betast en/of
- die [slachtoffer 2] geknuffeld en/of ge(tong)zoend;
art. 247 jo Pro. 248 Wetboek van Strafrecht
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 primair.

De verdediging heeft ter terechtzitting van 12 mei 2015 aangevoerd dat er, met name omdat een aangifte ontbreekt en de weergave van een informatief gesprek niet te toetsen is, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het ten laste gelegde feit. Gelet daarop dient verdachte van het onder feit 2 primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Voornoemd bewijsverweer wordt verworpen door de inhoud van de bewijsmiddelen die de rechtbank voor dit feit heeft gebezigd, te weten onder meer de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van hetgeen het slachtoffer tegenover de politie heeft verklaard over de gepleegde ontuchtige handelingen. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen. De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zullen nader worden uitgewerkt in een aanvulling op dit verkort vonnis als daartegen hoger beroep wordt ingesteld.
Gelet op voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. primair

meermalen, in de periode van 28 april 2014 tot en met 6 november 2014 in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren op [1998]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en aan zijn opleiding was toevertrouwd, te weten als leerkracht van die [slachtoffer 1], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], immers heeft hij, verdachte:

- (een) vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en
- zijn geslachtsdeel laten betasten door die [slachtoffer 1] en
- de vagina van die [slachtoffer 1] betast en
- de borsten van die [slachtoffer 1] betast en
- het lichaam van die [slachtoffer 1] betast en
- die [slachtoffer 1] geknuffeld en getongzoend;

2. primair

meermalen, in de periode van 22 december 2012 tot en met 29 december 2012 te Eindhoven, met [slachtoffer 2] (geboren op [1997]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en aan zijn opleiding was toevertrouwd, te weten als leerkracht van die [slachtoffer 2], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], immers heeft hij, verdachte:

- (een) vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en
- de borsten van die [slachtoffer 2] betast en
- die [slachtoffer 2] getongzoend.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert voor feit 1 primair en feit 2 primair een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de volgende bijzondere voorwaarden:
  • een contactverbod met zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2];
  • een verbod gedurende de proeftijd activiteiten en/of werkzaamheden met minderjarigen te verrichten;
Daarnaast vordert de officier van justitie een beroepsverbod voor de duur van 5 jaar.
De officier van justitie vordert daarbij dat de rechtbank de reclassering opdracht geeft toezicht te houden op de naleving van dat beroepsverbod conform artikel 32 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten.
Het behoeft geen betoog dat het plegen van ontucht met een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, zeer nadelige gevolgen kan hebben bij de desbetreffende minderjarige en dat deze hierdoor ernstig kan worden geschaad in zijn of haar verdere ontwikkeling.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een half jaar meermalen schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] die toen de leeftijd van zestien jaar nog niet bereikt had en heeft zich een aantal maanden daarvoor in een relatief korte periode van ruim een week meermalen schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] die toen eveneens de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt. De jonge leeftijd van beide slachtoffers en het feit dat hij leraar was op hun school heeft verdachte er niet van weerhouden de ontuchtige handelingen te plegen. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Verdachte heeft bovendien ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de ouders van de minderjarigen in hem, als docent natuurkunde op de school van hun dochters, stelden. Ook heeft hij misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de schoolleiding in hem stelde.
In strafmatigende zin zal de rechtbank rekening houden met de omstandigheid dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Ook zal de rechtbank in strafmatigende zin rekening houden met de omstandigheid dat verdachte als gevolg van zijn handelen zijn baan als docent natuurkunde is kwijtgeraakt en met de omstandigheid dat verdachte de door hem gepleegde strafbare feiten bij aanvang van het onderzoek direct heeft toegegeven en ook verder zijn volledige medewerking aan dat onderzoek heeft verleend.
De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en passend is. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen wat in de rechtspraak bij soortgelijke zaken doorgaans als straf wordt opgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf van hierna te melden duur.
De rechtbank zal van voornoemde gevangenisstraf een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zal een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als bijzondere voorwaarde worden gekoppeld.
De rechtbank zal anders dan door de officier van justitie is gevorderd geen beroepsverbod of een verbod activiteiten en/of werkzaamheden met minderjarigen te verrichten opleggen, aangezien de veroordeling zelf een baan als docent reeds verhindert, nu deze veroordeling aan het verkrijgen van een Verklaring omtrent het Gedrag in de weg zal staan.
De rechtbank zal verdachte voorts een taakstraf opleggen voor de duur van 180 uur te vervangen door 90 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57, 245 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.DE UITSPRAAK
De rechtbank:
Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
T.a.v. feit 1 primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd T.a.v. feit 2 primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straffen.
T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair: Gevangenisstraf voor de duur van 278 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren
Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:
- gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen, zoeken of hebben - in welke vorm dan ook, ook niet via derden - met de in deze strafzaak genoemde en aan verdachte bekende, bij een algeheel contactverbod belang hebbende personen [slachtoffer 1] (geboren [1998] te Eindhoven) en [slachtoffer 2] (geboren [1997] te Berkel en Rodenrijs), een en ander met dien verstande dat onder dit contactverbod niet vallen contacten van of door tussenkomst van de advocaat van veroordeelde met genoemde personen.
Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 17 februari 2015 reeds geschorst.
T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair: Taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.J.H. Van Dellen, voorzitter,
mr. C.A. Mandemakers en mr. B. Damen, leden,
in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Boerboom, griffier,
en is uitgesproken op 26 mei 2015.
Mr. B. Damen is buiten staat deze uitspraak
mede te ondertekenen.