Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en leden van de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant die betrokken waren bij de behandeling van een eerdere wrakingszaak. Hij stelde dat er sprake was van schijn van partijdigheid vanwege het ontbreken van een proces-verbaal van een zitting in de hoofdzaak, de aanwezigheid van een gemachtigde van de wederpartij tijdens de wrakingszitting, het weigeren van inzage in zittingsaantekeningen en een vermeende vierde wrakingsgrond.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het ontbreken van het proces-verbaal geen uitzonderlijke omstandigheid vormt die de vrees van partijdigheid rechtvaardigt. De aanwezigheid van de gemachtigde van de wederpartij was conform het landelijke wrakingsprotocol en dus niet onrechtmatig. Het weigeren van inzage in de zittingsaantekeningen is gebruikelijk en leidt niet tot een gegronde vrees van partijdigheid.
De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid van de wrakingskamer en dat het wrakingsverzoek daarom moet worden afgewezen. De beschikking is uitgesproken door de voorzitter en leden van de rechtbank Oost-Brabant op 9 april 2015.