Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2015:3024

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
19 mei 2015
Publicatiedatum
26 mei 2015
Zaaknummer
WR 15-011
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek voorzieningenrechter rechtbank Oost-Brabant

Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de voorzieningenrechter in een lopende bodemprocedure, stellende dat de rechter niet objectief zou kunnen zijn vanwege diverse procedurele klachten. Zij voerden aan dat zij hun verweerschrift onvolledig retour hadden ontvangen, dat de rechtbank hen telefonisch benaderde zonder bericht achter te laten, en dat de wederpartij bewijsstukken achterhield.

De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet betrekking hadden op de voorzieningenrechter zelf. De retourzending van het verweerschrift was door de griffier verzorgd en niet onder verantwoordelijkheid van de voorzieningenrechter. Ook de telefonische benadering en de handelswijze van de wederpartij betroffen niet de rechter.

Daarom werd het wrakingsverzoek zonder mondelinge behandeling afgewezen en verklaard niet-ontvankelijk. De beslissing werd genomen door een kamer bestaande uit drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2015.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van feiten die de onpartijdigheid betreffen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANKOOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Wrakingskamer
Zaaknummer : WR 15/011
Beschikking van 19 mei 2015
in de zaak van
[verzoekers],
wonende te Helmond,
verzoekers,
tegen
mr. E. Loesberg,
in diens hoedanigheid van voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de zaak met zaaknummer C/01/292267 / BP RK 15-347.
Partijen zullen hierna respectievelijk verzoekers en de voorzieningenrechter worden genoemd.

1.Procesverloop

1.1
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift tot wraking gedateerd op 10 mei 2015;
- het proces-verbaal van de behandeling van het verzoekschrift in de bodemzaak op 11 mei 2015;
- het dossier in de bodemzaak.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank zal terstond en zonder dat verzoekers in de gelegenheid zijn gesteld zich tijdens een mondelinge behandeling ter terechtzitting over het verzoek uit te laten, uitspraak doen, omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek, op grond van de hierna te noemen overwegingen.
2.2.
Het verzoek strekt tot wraking van de voorzieningenrechter in de procedure met zaaknummer C/01/292267 / BP RK 15-347. Verzoekers hebben betoogd dat er geen sprake is van een eerlijke rechtsgang. Zij achten om de hierna volgende redenen de rechter niet in staat de zaak objectief te kunnen behandelen. Zij hebben pas op 9 mei 2015 hun verweerschrift in de bodemzaak - onvolledig - retour ontvangen. Voorts hebben verzoekers aangevoerd dat niemand van de rechtbank kon vertellen waarom zij door de rechtbank telefonisch zijn benaderd zonder dat een bericht werd achter gelaten. Tot slot hebben verzoekers aangegeven dat de wederpartij in de bodemzaak bewijsstukken en gebeurtenissen heeft achtergehouden. Verzoekers hebben hun verzoek tot wraking blijkens het proces-verbaal van de zitting van 11 mei 2015 direct bij aanvang van de zitting, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling gedaan en daarbij aangegeven dat het wrakingsverzoek niet is gericht tegen de voorzieningenrechter persoonlijk.
2.3.
Ingevolge het bepaalde in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld, die de rechter betreffen tegen wie zich het wrakingsverzoek richt.
2.4.
Verzoekers hebben gewezen op de - onvolledige - retourzending van hun verweerschrift in de bodemzaak. Blijkens de begeleidende brief bij die retourzending heeft die toezending echter niet door de voorzieningenrechter of onder diens verantwoordelijkheid plaatsgevonden, maar door de griffier van het team Kanton ’s-Hertogenbosch van deze rechtbank in welk team de voorzieningenrechter niet werkzaam is. Die toezending is derhalve niet een feit of omstandigheid die de voorzieningenrechter betreft. Bij de overige verwijten van verzoekers, te weten de telefonische benadering door de rechtbank en de handelswijze van de wederpartij, gaat het evenmin om feiten en omstandigheden, die de voorzieningenrechter betreffen. In verband hiermee zullen verzoekers in hun verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.De beslissing

De rechtbank,
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking van mr. E. Loesberg in de procedure met zaaknummer C/01/292267 / BP RK 15-347.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. A.H.N. Kruijer en mr. M. L.W.M. Viering, leden, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2015 in aanwezigheid van de griffier.