ECLI:NL:RBOBR:2015:310
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig bewijs in zedenzaak met mishandeling
Op 7 januari 2014 werd verdachte verdacht van het seksueel binnendringen van het slachtoffer en mishandeling. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het zedendelict wegens onvoldoende overtuiging, maar wel straf voor mishandeling. Verdachte ontkende seksueel contact en mishandeling, maar erkende een worsteling.
De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden in de verklaringen van het slachtoffer, die niet strookten met politieonderzoek en DNA-onderzoek. Zo was er sprake van telefoontjes voorafgaand aan het bezoek en een tijdsverloop dat niet overeenkwam met het verhaal van het slachtoffer. De blauwe plek op het hoofd van het slachtoffer kon zowel bij mishandeling als bij een val passen.
Gezien deze inconsistenties en het ontbreken van overtuigend bewijs achtte de rechtbank de belastende verklaringen ongeloofwaardig en sprak verdachte vrij. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De rechtbank oordeelde dat er geen wettig bewijs was om de tenlasteleggingen bewezen te verklaren.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs voor zedendelict en mishandeling.