ECLI:NL:RBOBR:2015:3226

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2015
Publicatiedatum
4 juni 2015
Zaaknummer
3878143
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • P.A.M. Penders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1.1.7 service level beschrijvingArtikel 3 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kosten bank aan professionele bewindvoerder mogen niet separaat aan rechthebbenden worden doorberekend

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 26 mei 2015 uitspraak gedaan in een zaak waarin een professionele bewindvoerder verzocht om een doorlopende machtiging voor het doorbelasten van bankkosten aan de rechthebbenden. De bewindvoerder stelde dat de bank vanaf 2015 de administratiekosten niet meer rechtstreeks van de beheerrekeningen van de rechthebbenden afboekt, maar deze kosten op de rekening-courant van de bewindvoerder zet. Hierdoor zou de bewindvoerder deze kosten zelf moeten dragen, tenzij hij deze mocht doorberekenen aan de rechthebbenden.

De bank betoogde dat deze kosten onterecht in het verleden bij de rechthebbenden in rekening werden gebracht en dat het hier om kantoorkosten van de bewindvoerder gaat. De kantonrechter overwoog dat de kosten onderdeel zijn van het door de bewindvoerder in rekening te brengen tarief, zoals vastgelegd in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De bewindvoerder kan deze kosten daarom niet nogmaals aan de rechthebbenden doorberekenen.

De kantonrechter wees het verzoek tot machtiging af, omdat er geen sprake was van uitzonderlijke omstandigheden die een afwijking van de regeling rechtvaardigen. Ook het feit dat de wijziging financieel nadelig is voor de bewindvoerder, vormt geen reden om de doorbelasting aan rechthebbenden toe te staan.

De uitspraak verduidelijkt dat de administratiekosten die de bank aan de bewindvoerder in rekening brengt, binnen de forfaitaire vergoeding vallen en niet separaat aan de onder bewind gestelden mogen worden doorberekend.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voor doorbelasting van bankkosten aan rechthebbenden wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton 's-Hertogenbosch
zaaknummer: 3878143 BH VERZ 15-2348
aec
Beschikking op een verzoek tot machtiging inzake meerderjarigenbewind

De procedure

Op 19 februari 2015 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift van [bewindvoerderskantoor]

De beoordeling

De beslissing

Bij brief van 18 februari 2015 heeft de bewindvoerder verzocht om een doorlopende machtiging voor het doorbelasten van bankkosten.
De bewindvoerder stelt dat de mantelovereenkomst met de bank door de bank met ingang van 1 januari 2015 is gewijzigd. Tot en met 2014 werden de kosten door de bank in rekening gebracht van de afzonderlijke beheerrekeningen. Met ingang van 2016 zal de bank de kosten in rekening brengen rechtstreeks op de rekening courant van de bewindvoerder.
De bewindvoerder verwijst daarbij naar artikel 1.1.7. van de service level beschrijving.
De bewindvoerder verwijst naar punt 9 onder C van de aanbevelingen meerderjarigenbewind van het LOVCK, waar staat dat de bewindvoerder de kosten die in het belang van het bewind gemaakt moeten worden in rekening kan brengen.
Ter zitting heeft de bewindvoerder gesteld dat deze wijziging hem duizenden euro’s gaat kosten, tenzij hij de kosten die rechtstreeks op de rekening courant van zijn kantoor in rekening worden gebracht in rekening mag brengen bij rechthebbenden.
De bank, die ter zitting aanwezig was, heeft gesteld dat deze kosten in het verleden ten onrechte in rekening zijn gebracht bij de rechthebbenden. Naar de mening van de bank gaat het hier om kantoorkosten. De rechthebbenden betalen rechtstreeks van hun rekening(en), de normale bankkosten voor die rekening(en).
De kantonrechter overweegt als volgt.
Artikel 1.1.7. van de Service level beschrijving van de bank luidt als volgt:
‘De Rabobank brengt voor haar werkzaamheden de volgende tarieven bij de Professionele Bewindvoerder in rekening:
  • De reguliere kosten voor het aanhouden van een particuliere rekening. Deze kosten worden geïncasseerd ten laste van de particuliere rekening(en) van de onder bewind/curatele gestelden.
  • Daarnaast brengen wij jaarlijks EUR 60,-- per bankrekening aan administratiekosten in rekening. Per 31 december van ieder jaar bekijkt de bank hoeveel beheerrekeningen er actief zijn. Het aantal rekeningen x EUR 60,-- zal de bank boeken ten laste van de rekening-courant van bewindvoerderskantoor (….)
  • De administratiekosten ad EUR 60,-- per beheerrekening per jaar werden tot en met 2014 in rekening gebracht ten laste van de afzonderlijke beheerrekeningen. Met ingang van 2015 worden deze kosten door de bank in rekening gebracht ten laste van de rekening-courant van de wederpartij. De wederpartij is vrij om de administratiekosten door te berekenen aan de onder bewind/curatele gestelde(n)’.
Op 1 januari 2015 is in werking getreden de Regeling beloning curatoren, bewindvoerder en mentoren. Artikel 3 van Pro deze regeling bepaalt dat de kantonrechter de beloning van een professionele bewindvoerder vast stelt overeenkomstig dat artikel. De jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting bedraagt voor een bewindvoerder € 1.105. De kantonrechter kan slechts wegens uitzonderlinge omstandigheden de beloning op andere wijze vaststellen. Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden.
Zowel uit de service level beschrijving, als uit hetgeen de bank ter zitting heeft verklaard, blijkt dat het bedrag van € 60,-- dat per beheerrekening in rekening wordt gebracht aan de bewindvoerder in rekening worden gebracht voor de aan hem verleende service. Het zijn daarmee onkosten van de bewindvoerder, die vallen binnen het door hem in rekening te brengen tarief. Hij kan deze kosten niet nogmaals aan rechthebbenden in rekening brengen. Dat de bewindvoerder dit kennelijk in het verleden wel heeft gedaan, doet daaraan niet af.
Anders dan de bewindvoerder kennelijk meent, waren ook vóór de inwerkingtreding van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, de kosten onderdeel van de door de bewindvoerder in rekening te brengen bedragen. Er kon slechts dan meer dan het vastgestelde bedrag worden gedeclareerd als alle kosten (ook het forfaitaire bedrag) werden gespecificeerd. Dat de thans expliciet door de bank zo genoemde administratiekosten voor de bewindvoerder tot 2015 door de bank als bankkosten van de beheerrekeningen van rechthebbenden werden afgeboekt maakte slechts dat het niet zichtbaar was dat deze kosten in feite kosten van de bewindvoerder waren en niet kosten van rechthebbenden, het maakt niet dat het daarmee kosten van rechthebbenden waren.
Dat de bewindvoerder door deze wijzing waarop de bank zijn kosten verrekent in een financieel nadeligere positie komt ten opzichte van de voorgaande jaren acht de kantonrechter geen reden om, al dan niet tijdelijk, toe te staan dat de bewindvoerder deze kosten doorberekent aan rechthebbenden.

De beslissing

De kantonrechter:
wijst de gevraagde machtiging af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.M. Penders, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2015, in aanwezigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,