Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Het standpunt van de officier van justitie.
(bijlage)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje in de periode van april tot juni 2014. De tenlastelegging betrof het betasten van de vagina en/of schaamstreek van het slachtoffer, dat destijds zeven jaar oud was.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. De officier van justitie vorderde veroordeling, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak. De verklaringen van het slachtoffer en haar moeder waren consistent en leken betrouwbaar, maar de rechtbank stelde ook vast dat er veel ruchtbaarheid aan de zaak was gegeven voordat het slachtoffer haar verhaal aan de politie deed, wat mogelijk invloed had op haar verklaring.
De verdachte ontkende de beschuldigingen en gaf aan dat het praktisch onmogelijk was om het slachtoffer tijdens een scooterrit te betasten. Daarnaast was een potentiële getuige niet gehoord. De rechtbank kon niet met voldoende overtuiging vaststellen dat verdachte de tenlastegelegde feiten had gepleegd en sprak hem daarom vrij. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.