ECLI:NL:RBOBR:2015:3705
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verdachte veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan faillissementsfraude en valsheid in geschrift
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte schuldig bevonden aan feitelijk leidinggeven aan faillissementsfraude bij een makelaarsbedrijf en het geantedateerd opmaken van geldleningsovereenkomsten. De feiten betreffen betalingen en transacties die plaatsvonden in de periode rond het faillissement van het bedrijf in 2010, waarbij schuldeisers werden benadeeld.
Tijdens de zittingen is gebleken dat verdachte, samen met medeverdachten, bewust handelde om schuldeisers te benadelen door betalingen te verplaatsen en overeenkomsten valselijk te dateren. De rechtbank achtte het bewijs, waaronder bankafschriften, e-mailcorrespondentie en verklaringen van betrokkenen, wettig en overtuigend.
Verdachte voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, die werden verworpen. De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld en dat de bedragen inmiddels waren terugbetaald, maar vond de ernst van de feiten en de belangen van algemene preventie zwaarder wegen.
De rechtbank legde een taakstraf van 180 uur op, met een subsidiaire hechtenisstraf van 90 dagen, waarbij rekening werd gehouden met de reeds doorgebrachte inverzekeringstelling. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 30 juni 2015.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis voor faillissementsfraude en valsheid in geschrift.