Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Het standpunt van de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging.
Vrijspraak.
Op uw vraag of dit bij mij vragen opriep, kan ik u mededelen dat dit inderdaad het geval was. In dat kader heb ik destijds opheldering gevraagd bij [medeverdachte 1]. Hierop deelde hij mij mede dat er een pandrecht gevestigd was door [bedrijf 2] op vorderingen van [bedrijf 1] en dat wij daarom niets verkeerd deden en dat dit later ook meegenomen en uitgelegd zou worden aan de curator van [bedrijf 1]’, p. 506).