Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Stichting Vergunning Moleneind, te Oss, eiseres
het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, verweerder
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
Bij besluit van 20 januari 2014 heeft verweerder een last onder dwangsom opgelegd met betrekking tot meerdere overtredingen. In dit besluit heeft verweerder eiseres onder meer opgedragen vóór 1 februari 2014 functionele CAF-systemen te hebben gerealiseerd bij de laad- en losplaatsen (LLP’s) 1, 2, 3, 7, 8, 14, 20, 21/22 en 26 (licht-ontvlambare vloeistoffen), zodat voldaan wordt aan voorschrift 14.2.3 van de Wabo-vergunning van 7 oktober 2013. Bij de last onder dwangsom is bepaald dat indien niet tijdig aan de last wordt voldaan, een dwangsom zou worden verbeurd van € 25.000,00 per week per CAF-systeem waarbij vergunningvoorschrift 14.2.3 wordt overtreden in die zin dat dit CAF-Systeem ten behoeve van de LLP’s 1, 2, 3, 7, 8, 14, 20, 21/22 en 26 (licht-ontvlambare vloeistoffen) niet is gerealiseerd dan wel niet functioneel is, met een maximum van
€ 125.000,00 per CAF-systeem (maximaal 1 constatering per week).
Op 31 januari 2014 heeft eiseres aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) gemeld dat de CAF-systemen functioneel zijn en dat daarmee naar de mening van eiseres aan de last is voldaan. Tijdens de BRZO-inspectie van 24 februari 2014 is vastgesteld dat eiseres naar het oordeel van verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat de CAF-systemen functioneel zijn. Bij brief van 25 april 2014 heeft verweerder naar aanleiding van door eiseres verschafte informatie een advies van de Veiligheidsregio aan eiseres verzonden en is aangegeven dat eiseres vanaf de datum van verzending van het rapport nog een week de tijd had om aan te tonen dat de CAF-systemen functioneel zijn. Tevens is aangegeven dat na die week eiseres dwangsommen zal verbeuren. Bij brief van 28 mei 2014 hebben GS aan eiseres bericht dat er dwangsommen van in totaal € 75.000,00 zijn verbeurd, omdat eiseres onvoldoende zou hebben aangetoond dat de CAF-systemen functioneel zijn. De dwangsommen zijn door eiseres voldaan. Bij brief van 26 juni 2014 heeft eiseres verzocht de betaalde dwangsommen, als onverschuldigd betaald, te retourneren en op de voet van artikel 5:37, tweede lid, van de Awb te besluiten omtrent de invordering, indien verweerder het standpunt zou handhaven dat dwangsommen zijn verbeurd.
Bij besluit van 21 augustus 2014 is de last onder dwangsom ingetrokken, aangezien de goede werking van de CAF-systemen volgens verweerder was aangetoond.