ECLI:NL:RBOBR:2015:3866
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Rijken - Lie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gebiedsverbod wegens onvoldoende motivering omvang gebied
Eiser kreeg van de burgemeester van Eindhoven een gebiedsverbod opgelegd voor drie maanden vanwege herhaalde overlast in het centrum van Eindhoven. De overlast bestond uit onder meer drugshandel, samenscholing en het niet meewerken aan politiecontroles. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij niet tot de overlastgevende groep behoorde en dat het gebied te groot was, waardoor zijn bewegingsvrijheid onnodig werd beperkt.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was het gebiedsverbod op te leggen en dat de duur van drie maanden redelijk was gezien de ernst en frequentie van de overlast. Wel vond de rechtbank dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom het gebied zo groot was, ruim eenmaal zo groot als het gebied waar de incidenten zich hadden voorgedaan. Er ontbraken objectieve gegevens die onderbouwden dat eiser of zijn groep zouden uitwijken naar het noordelijke deel van het gebied.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De burgemeester werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met een betere motivering van de gebiedsomvang of een kleiner gebied vast te stellen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het opleggen van gebiedsverboden die ingrijpen in de bewegingsvrijheid van personen.
Uitkomst: Het gebiedsverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de omvang van het gebied en de burgemeester wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.