Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de brief met productie van 11 december 2014 van [gedaagde]
- het tussenvonnis van 24 december 2014
- de akte tot productie van [eiseres]
- het proces-verbaal van comparitie van 20 mei 2015.
2.De feiten
‘trap verdieping wordt aangeleverd/overleg huurder/verhuurder’.
3.Het geschil
4.De beoordeling
in conventie
(‘in de staat waarin die ruimte zich aan het einde van de exploitatie door Helioform bevindt’)en de wijze waarop [eiseres] aan [gedaagde] diende op te leveren
(‘in de contractueel overeengekomen staat’), genoegzaam volgt dat de wijze waarop er opgeleverd diende te worden expliciet aan de orde is gesteld in het geschil tussen partijen. [gedaagde] miskent hiermee echter dat de staat waarin Helioform diende op te leveren onderwerp was van een grief die Helioform, anders dan [eiseres], in dit verband had aangevoerd tegen het vonnis van 8 mei 2013 en dat het door [gedaagde] gesignaleerde onderscheid enkel daaruit is voortgevloeid. Op grond van dat onderscheid kan derhalve niet worden geconcludeerd dat de wijze waarop aan [gedaagde] opgeleverd diende te worden aan de orde is geweest in de procedure tussen [eiseres] en [gedaagde]. Daar komt bij dat [gedaagde] in haar conclusie (onder 3.44) heeft gesteld dat over de staat van oplevering niet is gedebatteerd. Er wordt daarom van uitgegaan dat naast de vraag wie er gerechtigd was tot het gebruik van het pand aan de beslissing tot terbeschikkingstelling van het pand onder verbeurte van een dwangsom, niet tevens een debat over de staat van oplevering tussen [eiseres] en [gedaagde] ten grondslag heeft gelegen. De veroordeling moet daarom worden geacht betrekking te hebben op de vrije terbeschikkingstelling van het pand aan [gedaagde] waarbij de staat van oplevering voor de verbeurte van dwangsommen enkel relevant is voor zover op grond van de staat waarin is opgeleverd zou moeten worden geconcludeerd dat van vrije terbeschikkingstelling geen sprake is. De enkele omstandigheid dat de trap bij oplevering ontbrak rechtvaardigt die conclusie niet.
2.000,00(1,0 punt × tarief € 2.000,00)
768,00(2,0 punt × factor 1,0 × tarief € 384,00)