Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Het ongeval en de betrokkenen
Was verdachte bestuurder?
[fon.]hem na café-bezoek in zijn auto naar huis heeft gebracht. [20] Verder kan verdachte zich van het ongeval of de situatie vlak daarvoor en daarna niets meer herinneren. Voor de beoordeling van de vraag of verdachte bestuurder was acht de rechtbank het volgende van belang.
1.Hoe bewoog de bestuurder van de personenauto ten tijde van het ongeval
2.Droeg de bestuurder van de personenauto ten tijde van het ongeval een gordel?
[fon.]de auto heeft bestuurd. De lezing van verdachte wordt enigszins ondersteund door de verklaring van zijn broer [betrokkene 1]. Deze zou kort voor het ongeval mogelijk twee personen in de auto van verdachte hebben gezien. De rechtbank hecht aan beide lezingen evenwel geen geloof. Zeer opmerkelijk is dat verdachte zich niets meer kan herinneren van de gebeurtenissen in de uren voorafgaand aan het ongeval en daarna, behalve het voor hem ontlastende gegeven dat deze ‘[naam]’ zou hebben aangeboden hem naar huis te brengen. Nog daargelaten dat verdachte zich naar eigen zeggen niet herinnert of deze [naam] ook daadwerkelijk heeft gereden, kan verdachte in het geheel niets over ‘[naam]’ vertellen. Verder acht de rechtbank het onaannemelijk dat ‘[naam]’ door niemand is gezien op de plaats van de aanrijding. Dit, terwijl de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] (zeer) kort na de aanrijding ter plaatse waren. Uit hun verklaringen en de verklaring van [betrokkene 1] blijkt dat de tweede persoon die [getuige 1] en [getuige 2] bij de auto van verdachte hebben gezien, de broer van verdachte was. Vaststaat dat deze de Renault niet heeft bestuurd, nu hij met de ter plaatse aanwezige grijze Volkswagen aan is komen rijden.
Toedracht van het ongeval
[de Renault Laguna, rechtbank]op zijn ([slachtoffer]’) weghelft reed. Zelf had het slachtoffer niet gedronken en was hij niet onwel geworden. [38]
De schuldvraag
- een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen van 5 jaren;
- verbeurdverklaring van de auto van verdachte inclusief gedemonteerde onderdelen;
- teruggave van de in beslag genomen kleding aan verdachte.