Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 maart 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 3 juni 2015.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.788,00(2,0 punten × tarief € 894,00)
Rechtbank Oost-Brabant
Partijen sloten op 9 april 2014 een koopovereenkomst voor een woning tegen een koopprijs van €630.000. De koper stelde geen bankgarantie of waarborgsom, ondanks ingebrekestelling. De koper gaf aan financieel niet in staat te zijn de koop na te komen en verscheen niet bij de notaris voor levering.
De koper voerde aan dat hij de overeenkomst onder invloed van een persoonlijkheidsstoornis had gesloten en dat nakoming onredelijk was vanwege zijn financiële situatie. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor een geestelijke stoornis die de redelijke belangenwaardering belemmerde en oordeelde dat nakoming financieel onhaalbaar was en onaanvaardbaar volgens redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank wees de primaire vordering tot nakoming af, kende de ontbinding toe en veroordeelde de koper tot betaling van de overeengekomen boete van €63.000, vermeerderd met wettelijke rente. Het beroep op matiging van de boete werd afgewezen. Tevens werd de koper veroordeeld in de proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en rente over de koopsom werd afgewezen.
Uitkomst: De koopovereenkomst wordt ontbonden en de koper wordt veroordeeld tot betaling van de boete en proceskosten.