Op 4 augustus 2013 vond in Helmond een incident plaats waarbij verdachte samen met anderen betrokken was bij geweld tegen twee slachtoffers. Verdachte werd primair beschuldigd van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan slachtoffer 1 en poging daartoe, en subsidiair van openlijke geweldpleging in vereniging. Voor slachtoffer 2 werd eveneens mishandeling ten laste gelegd.
Tijdens de terechtzittingen op 31 oktober 2013, 23 februari 2015 en 20 juli 2015 heeft de rechtbank het bewijs onderzocht. De rechtbank oordeelde dat het letsel van slachtoffer 1 niet als zwaar lichamelijk letsel kon worden aangemerkt en dat er onvoldoende bewijs was voor opzet tot zwaar letsel. Ook was niet bewezen dat verdachte geweld tegen slachtoffer 2 had gepleegd of medepleger daarvan was.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met een ander openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen slachtoffer 1 door te slaan en te schoppen. Verdachte werd hiervoor strafbaar verklaard en veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren met aftrek van voorarrest. Tevens werd verdachte veroordeeld tot schadevergoeding aan beide slachtoffers, waarbij de rechtbank een immateriële en materiële schadevergoeding toewijst aan slachtoffer 1 en materiële schade aan slachtoffer 2.
De rechtbank legde een hogere straf op dan de officier van justitie had geëist vanwege de ernst van het feit en het feit dat verdachte midden in de nacht de confrontatie zocht. De vorderingen van de benadeelde partijen werden deels toegewezen en deels afgewezen, met daarbij een schadevergoedingsmaatregel en vervangende hechtenis bij niet-betaling.