Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijsoverwegingen.
Ten aanzien van het eerste feit, onder feit 1 ten laste gelegd
Ten aanzien van het tweede feit, onder feit 1 ten laste gelegd
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit
Ten aanzien van de feiten, onder feit 3 ten laste gelegd
De bewezenverklaring.
naakt stond afgebeeld en
en haar borsten zou willen aanraken/betasten en
terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;
welke foto’s schadelijk zijn te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verzonden aan [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ), van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt;
of gedeeltelijk naakt stond afgebeeld en waarop zij zichzelf aan het vingeren was en (aldus) die [slachtoffer 2] meermalen met succes bewogen dergelijke foto’s naar hem, verdachte te versturen en/of
(art. 248e van het Wetboek van Strafrecht)
welke foto’s en filmpjes schadelijk zijn te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, via whatsapp/internet heeft verzonden aan [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2] ), van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt.
De strafbaarheid van het feit.
Ten aanzien van het eerste feit, onder feit 1 ten laste gelegd
Trb. 2008, 58 en
Stb. 2009, 543.) strafbaarheid wegens poging tot grooming niet heeft willen uitsluiten. De rechtbank mag en kan evenwel artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht niet aan dit verdrag toetsen, omdat dit verdrag zich tot de wetgever richt en niet tot de rechter.
Ten aanzien van het tweede feit, onder feit 1 ten laste gelegd, feit 2 en de vier feiten, onder feit 3 ten laste gelegd