Uitspraak
Partiële vrijspraak.
Bijzondere overweging over het bewijs.
poging doodslag. ten aanzien van 01/860030-15:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 7 augustus 2014 heeft verdachte op een psychiatrische afdeling te Eindhoven een medepatiënt meerdere malen met een keukenmes in de keel en wang gesneden. De rechtbank acht bewezen dat verdachte met opzet, in voorwaardelijke zin, heeft gehandeld met de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer, maar spreekt verdachte vrij van voorbedachte rade wegens onvoldoende bewijs van kalm beraad.
Daarnaast bedreigde verdachte op 14 november 2014 een arts van het Justitieel Centrum Somatische Zorg te ’s-Gravenhage door dreigende teksten op zijn celmuur te schrijven. De rechtbank verklaart dit feit eveneens bewezen.
De verdediging voerde (putatief) noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren omdat het scenario van verdachte niet overeenkomt met het bewijs en getuigenverklaringen. De gedragsdeskundigen stelden dat verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid in remissie, wat zijn toerekeningsvatbaarheid vermindert.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4 jaar op met aftrek van voorarrest en voegde daaraan een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging toe, gelet op het hoge recidiverisico en de noodzaak van intensieve klinische behandeling. Sommige inbeslaggenomen messen werden onttrokken aan het verkeer, andere voorwerpen werden aan verdachte teruggegeven.
De uitspraak is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 14 augustus 2015.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en dwangverpleging wegens poging tot doodslag en bedreiging.