Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Centrale zorgverzekeraars Groep, Zorgverzekeraar U.A.,
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen CZ, een zorgverzekeraar, en een verzekerde over onbetaalde eigen risicobijdragen en beslaglegging op zorgtoeslag. CZ vordert betaling van een bedrag aan eigen risico, incassokosten en rente. De verzekerde erkent de hoofdsom maar stelt dat CZ bij eerdere tenuitvoerlegging van vonnissen onrechtmatig beslag heeft gelegd op haar zorgtoeslag zonder rekening te houden met de beslagvrije voet, waardoor zij in permanente betalingsonmacht is geraakt.
De rechtbank oordeelt dat de hoofdsom en rente toegewezen worden, aangezien de verzekerde de schuld erkent en het verweer van betalingsonmacht niet toereikend is. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een kosteloze aanmaning conform wettelijke eisen. Ten aanzien van de tegenvordering van de verzekerde tot terugbetaling van het beslag op de zorgtoeslag, erkent CZ haar verantwoordelijkheid voor het niet in acht nemen van de beslagvrije voet, zoals voorgeschreven in artikel 475d Rv.
De rechtbank stelt vast dat CZ niet heeft voldaan aan de wettelijke verplichting om de beslagvrije voet te verhogen met de premie van de ziektekostenverzekering verminderd met de normpremie en de ontvangen zorgtoeslag. De verzekerde krijgt de gelegenheid om de bedragen concreet te specificeren, waarna CZ schriftelijk zal reageren. De beslissing over de tegenvordering wordt aangehouden en de zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting.
Uitkomst: Hoofdsom en rente toegewezen, incassokosten afgewezen, beslissing over terugbetaling beslag op zorgtoeslag aangehouden.