Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte]
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Motivering van de beslissing.
DE UITSPRAAK
afpersing.
Rechtbank Oost-Brabant
Verdachte pleegde op 21 februari 2015 te Schaijk een gewapende overval op een tankstation waarbij hij met een mes een medewerker bedreigde en dwong tot afgifte van geld uit de kassalade. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen en verklaarde verdachte strafbaar.
De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van het feit, de dreigende houding van verdachte en de impact op het slachtoffer en de samenleving mee. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder financiële problemen en het impulsieve karakter van de daad. Verdachte toonde berouw en zijn situatie verbeterde na het incident.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en diverse bijzondere voorwaarden waaronder begeleiding door de reclassering. Daarnaast werd de maximale taakstraf van 240 uur opgelegd. De voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Deze strafoplegging weerspiegelt een balans tussen de ernst van het misdrijf en de kansen op resocialisatie van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur.