Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen.
Bewijsoverweging. De verdediging heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de doorzoeking van de tas onrechtmatig is geweest. Dit zou volgens haar een onherstelbaar vormverzuim opleveren in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering en zou in dit geval, gezien de ernst van het verzuim, moeten leiden tot bewijsuitsluiting.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
De eis van de officier van justitie.
Het oordeel van de rechtbank.
Voorlopige hechtenis.
Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
24 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan
8 maandenvoorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.