ECLI:NL:RBOBR:2015:5184
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag met hamer in woning slachtoffer
Op 27 april 2008 sloeg verdachte het slachtoffer meermalen met een hamer tegen het hoofd, wat leidde tot ernstige verwondingen zoals een schedelfractuur en meerdere kaakfracturen. De rechtbank verklaarde de poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen.
De verdediging kon het ondervragingsrecht niet uitoefenen ten aanzien van twee cruciale getuigen, die in Polen verbleven en niet konden worden gedwongen te verschijnen. De rechtbank oordeelde echter dat er voldoende compenserende waarborgen waren om het recht op een eerlijk proces te waarborgen en achtte de verklaringen betrouwbaar.
Verdachte ontkende het gebruik van een hamer, maar getuigenverklaringen en medisch bewijs ondersteunden het gebruik ervan. Medeplegen werd niet bewezen verklaard wegens gebrek aan bewijs van nauwe samenwerking met een onbekende man. De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier jaar op, hoger dan de eis van 40 maanden, vanwege de ernst van het feit en het levensbedreigend karakter van het geweld. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag met een hamer.