ECLI:NL:RBOBR:2015:5236
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in omgangsregelingzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter mr. S. ter Braak in een procedure betreffende omgangsregeling en gezag over zijn zoon. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat hij tijdens zittingen beperkt werd in zijn spreektijd en de rechter de voorkeur gaf aan de tegenpartij. De rechter zou bovendien de behandeling beperken tot de omgangsregeling en niet ingaan op het gezag, terwijl verzoeker hierover wilde spreken.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij wordt uitgegaan van de onpartijdigheidsvermoeden van rechters tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De kamer oordeelde dat de opmerkingen van de rechter over eerdere beschikkingen en het beperken van het debat tot de omgangsregeling geen aanwijzingen voor vooringenomenheid vormen.
De kamer stelde vast dat het verzoek tot wijziging van gezag niet door het kind kan worden ingediend en dat de rechter terecht de orde op de zitting bepaalde. De gebruikte bewoordingen van de rechter waren niet van dien aard dat onpartijdigheid ontbroken zou worden. Gezien het feit dat verzoeker meerdere ongegronde wrakingsverzoeken had ingediend en een structureel gebrek aan vertrouwen toonde, besloot de rechtbank toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker niet meer in behandeling te nemen.
De beschikking werd op 11 augustus 2015 door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant uitgesproken met afwijzing van het wrakingsverzoek en een preventieve maatregel tegen nieuwe verzoeken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker worden niet in behandeling genomen.