Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
- [medeverdachte 1] ( [geboortedatum medeverdachte 1] )
- [medeverdachte 2] ( [geboortedaum medeverdachte 2] )
- [medeverdachte 3] ( [geboortedatum medeverdachte 3] )
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensensmokkel in de periode van 11 tot en met 19 november 2014. Verdachte zou behulpzaam zijn geweest bij het verschaffen van toegang of doorreis van drie Nigeriaanse personen door Nederland en andere Europese landen, terwijl hij wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat deze toegang wederrechtelijk was.
Tijdens de terechtzitting bleek dat verdachte samen met de drie personen vanuit Polen naar Nederland reisde, met als eindbestemming België. De drie personen beschikten over een geldig visum voor Polen, maar hun verlenging was afgewezen. Zij kregen een document waarin stond dat zij het Schengengebied binnen 15 dagen moesten verlaten. De rechtbank kon echter niet vaststellen of deze termijn op het moment van de reis was verstreken, omdat het document ontbrak in het dossier en er geen aanvullende informatie was.
Gezien het ontbreken van bewijs dat de toegang of doorreis van de drie personen wederrechtelijk was, en dat verdachte hiervan op de hoogte was of dit vermoedde, acht de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Daarom spreekt zij verdachte vrij. Tevens wordt de inbeslaggenomen creditcard aan verdachte teruggegeven omdat het belang van de strafvordering dit niet langer tegenhoudt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij mensensmokkel.