Op 7 april 2015 heeft verdachte te Oss geprobeerd zijn levensgezel te doden door een kussen op haar gezicht te drukken en haar keel dicht te knijpen, zonder dat het misdrijf is voltooid. Daarnaast heeft hij haar meerdere malen mishandeld door te slaan, stompen en bijten. De rechtbank achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen, maar sprak verdachte vrij van de tenlastelegging dat hij met beide knieën op de buik van zijn zwangere ex-levensgezel zou zijn gaan zitten.
De rechtbank nam het advies van gedragsdeskundigen over dat verdachte de feiten in verminderde mate kan worden toegerekend vanwege zijn geestvermogens. Daarom werd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 450 dagen, waarvan 361 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De straf is zwaarder dan de eis van de officier van justitie vanwege de ernst van de poging doodslag.
Bij de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden gesteld, waaronder reclasseringstoezicht, ambulante behandeling gericht op autismespectrumproblematiek, en een contactverbod met het slachtoffer en haar dochter, met uitzondering van begeleide contacten onder toezicht van jeugdzorg.
De rechtbank benadrukte de grote impact van het geweld op het slachtoffer en het belang van normhandhaving. De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht op de straf.
De uitspraak is gedaan door de rechtbank Oost-Brabant op 18 september 2015, waarbij de dagvaarding en bevoegdheid van de rechtbank werden bevestigd en de strafbaarheid van verdachte werd vastgesteld.