Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
T.a.v. feit 1:Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod T.a.v. feit 2:Diefstal T.a.v. feit 3: Opzettelijk een ten opzichte van een elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel verijdelen, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en gemeen gevaar voor goederen te duchten is Verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen:
T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:*Taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis;
Gevangenisstrafvoor de duur van
1 maand voorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren