Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Stichting Fontys,
Rechtbank Oost-Brabant
Een aspirant-student nam deel aan een auditie voor een dansopleiding en betaalde hiervoor € 75,- aan de onderwijsinstelling Fontys. Halverwege de auditie werd hem medegedeeld dat hij niet werd toegelaten. De aspirant-student vorderde daarop de terugbetaling van de betaalde bijdrage, stellende dat deze in strijd was met artikel 7.50 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
De rechtbank stelt vast dat artikel 7.50 WHW ziet op de inschrijvingsfase voor een opleiding, terwijl de auditie een selectie-instrument is om vooraf te beoordelen of aspirant-studenten voldoen aan aanvullende eisen. De auditie vindt plaats vóór de inschrijving, waardoor artikel 7.50 WHW niet van toepassing is op de betaalde bijdrage.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst tussen de aspirant-student en Fontys niet vernietigbaar is op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro en dat de aspirant-student de bijdrage niet onverschuldigd heeft betaald. De vordering tot terugbetaling en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen. De aspirant-student wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de auditiekosten wordt afgewezen omdat artikel 7.50 WHW niet van toepassing is op de auditie.