ECLI:NL:RBOBR:2015:5886
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.A.J. Zijlstra
- J.H.P.G. Wielders
- W.T.A.M. Verheggen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak portier discotheek Gemert wegens gebrek aan bewijs mishandeling
Op 27 januari 2013 vond een incident plaats in en rondom een horecagelegenheid te Handel, gemeente Gemert-Bakel, waarbij een portier werd beschuldigd van mishandeling van een bezoeker. De officier van justitie had verdachte ten laste gelegd dat hij opzettelijk een persoon had geslagen, geschopt, bij de keel gepakt of tegen de muur geduwd, waardoor deze letsel en pijn had opgelopen.
Tijdens de zittingen op 21 april 2015 en 1 oktober 2015 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging. De dagvaarding was geldig en de rechtbank was bevoegd om kennis te nemen van de zaak. De officier van justitie concludeerde tot vrijspraak wegens gebrek aan bewijs, omdat niet vast was komen te staan dat verdachte de mishandeling had gepleegd.
De verdediging voerde eveneens aan dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte het letsel had veroorzaakt. De rechtbank oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan. Wel stond vast dat portiers in actie kwamen nadat de bezoeker een van hen had geslagen, en dat buiten de horecagelegenheid een confrontatie plaatsvond waarbij de bezoeker letsel opliep. Echter, het dossier toonde niet aan dat verdachte degene was die het letsel had veroorzaakt.
De handelingen in de portiersloge konden niet worden gekwalificeerd als mishandeling en er was geen bewijs van opzet. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, en veroordeeld in de kosten van de verdachte tot nihil. De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde mishandeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor mishandeling.