De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor mensenhandel en mishandeling van een slachtoffer die hij in de prostitutie uitbuitte in de periode van 1 mei 2012 tot 5 september 2012. Verdachte onderhield een liefdesrelatie met het slachtoffer, beperkte haar bewegingsvrijheid, mishandelde haar fysiek en dwong haar haar verdiensten af te staan.
De rechtbank sprak verdachte vrij voor de periode van 27 mei 2009 tot 1 mei 2012 wegens onvoldoende bewijs en voor het witwassen van geld. De bewezenverklaring is gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, medische rapporten en andere bewijsmiddelen.
De rechtbank achtte de seksuele uitbuiting een ernstige vorm van criminaliteit en hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte. De straf is lager dan de eis van zes jaar, mede vanwege de kortere bewezenverklaring periode en positieve persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank wees het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af en gelastte de teruggave van inbeslaggenomen GSM's aan verdachte.
Het vonnis is gewezen door voorzitter Viering en leden Burghoorn en Bokhorst en uitgesproken op 5 februari 2015.