ECLI:NL:RBOBR:2015:6299
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens schending inlichtingenplicht bij niet melden schoonmaakwerkzaamheden
Eisers ontvingen een bijstandsuitkering en verrichtten zonder melding schoonmaakwerkzaamheden waarvoor zij inkomsten ontvingen. Verweerder herzag de uitkering en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eisers maakten bezwaar tegen de boete.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van eiseres tijdens het onderzoek niet gebruikt mocht worden vanwege het ontbreken van een cautie, maar dat de overige onderzoeksresultaten voldoende bewijs vormden voor de schending. De boete werd vastgesteld op 100% van het benadelingsbedrag, maar de rechtbank vond dat opzet niet was aangetoond, wel grove schuld. Daarom werd de boete verlaagd naar 75% van het benadelingsbedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het de boete betrof en stelde de boete vast op €371,25. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan eisers toegewezen.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt vastgesteld op €371,25, gelijk aan 75% van het benadelingsbedrag.