Op 22 februari 2015 werd verdachte aangehouden te ’s-Hertogenbosch met een tas waarin zeven blokken cocaïne werden aangetroffen. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk vervoeren van circa 6,7 kilogram cocaïne. Tijdens de rechtszittingen op 3 juni, 26 augustus en 4 november 2015 heeft de rechtbank het bewijs beoordeeld, waaronder verklaringen van verbalisanten en het NFI-rapport.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder het ontbreken van tijdige cautie en onrechtmatige doorzoeking van de tas. De rechtbank verwierp deze verweren, gelet op de verklaringen van meerdere verbalisanten die bevestigden dat verdachte toestemming gaf voor de doorzoeking en dat verdachte niet in zijn belangen was geschaad door de cautieprocedure.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist van de inhoud van de tas en dat hij de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij cocaïne vervoerde. Het nettogewicht van de drugs werd vastgesteld op ongeveer 6,7 kilogram. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en behandeling.