ECLI:NL:RBOBR:2015:6578
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen niet-behandeld rechter
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter mr. J.H. Wiggers, omdat deze een comparitievonnis had gewezen in een zaak die volgens haar reeds was behandeld en waarin vonnis was gewezen door een andere kantonrechter. Verzoekster stelde dat dit onbegrijpelijk was en een aanwijzing voor partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen de behandelend rechter in de procedure. In deze zaak was mr. J.H. Wiggers niet de behandelend rechter; dat was mr. N.W.A. Stegeman-Kragting, die een comparitie van partijen had gepland. Omdat het wrakingsverzoek niet tegen de juiste rechter was gericht, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing werd genomen zonder mondelinge behandeling vanwege de kennelijke niet-ontvankelijkheid. De beschikking werd gegeven door een kamer van drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2015.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen niet-behandeld rechter niet-ontvankelijk verklaard.