ECLI:NL:RBOBR:2015:6633
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling objectafbakening WOZ-waarde woning en orthodontiepraktijk
Eiseres is eigenaar van een pand waarin zij woont en tevens een orthodontiepraktijk exploiteert. Verweerder heeft de WOZ-waarde vastgesteld door het pand op te splitsen in twee objecten: de woning en de praktijkruimte. Eiseres betwist deze objectafbakening en stelt dat woning en praktijk één WOZ-object vormen, omdat de praktijk niet afzonderlijk afsluitbaar is en er geen zelfstandigheid is.
De rechtbank toetst de objectafbakening aan artikel 16 van Pro de Wet WOZ en concludeert dat de praktijkruimte een gedeelte van het gebouw is dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. De praktijk is afsluitbaar, heeft een eigen ingang en eigen voorzieningen zoals een balie, spreekkamer, wachtkamer, keukentje en toiletten. De woning heeft eveneens eigen sanitaire voorzieningen.
Verder oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van een samenstel van objecten omdat de praktijkruimte in gebruik is bij een rechtspersoon en het woonhuis bij eiseres en haar echtgenoot. De enkele betwisting van de afsluitbaarheid zonder bewijs is onvoldoende. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de objectafbakening van verweerder bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de objectafbakening van woning en orthodontiepraktijk als twee afzonderlijke WOZ-objecten wordt ongegrond verklaard.