ECLI:NL:RBOBR:2015:6836
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A. Mandemakers
- N.I.B.M. Buljevic
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van ontucht met minderjarigen
Verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met drie minderjarige jongens, waaronder het aanbieden van geld voor ontuchtige handelingen en het betasten van een minderjarige. De aangiftes van de slachtoffers vormden de kern van het bewijs.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en dat de rechtbank bevoegd was. De verdediging voerde aan dat er geen ondersteunend bewijs was naast de aangiftes en dat de verklaringen van de slachtoffers tegenstrijdig en onvoldoende waren om tot een bewezenverklaring te komen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de drie minderjarige slachtoffers niet ondersteund werden door onafhankelijk bewijs en dat de constructie van schakelbewijs niet voldeed. Hierdoor ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en werden de kosten van de procedure gecompenseerd. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven, waarbij deze reeds eerder was geschorst.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van ontucht met minderjarigen.