De rechtbank Oost-Brabant heeft op 15 december 2015 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de officier van justitie vorderde dat veroordeelde een bedrag van €48.224,93 aan de Staat moest betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit bedrag is gebaseerd op een eerdere oogst van 703 hennepplanten.
De verdediging stelde dat veroordeelde geen wederrechtelijk voordeel had genoten en verzocht om afwijzing of matiging van de vordering. De rechtbank oordeelde echter dat uit het dossier voldoende aanwijzingen blijken dat veroordeelde voordeel heeft genoten uit een eerdere oogst, ondanks dat hij hierover geen verklaring wilde afleggen.
De berekening van het voordeel is gebaseerd op een standaardmethodiek uit het BOOM-rapport, waarbij de opbrengst per plant, de verkoopprijs per gram hennep en de kosten van de teelt in aanmerking zijn genomen. De netto opbrengst van de oogst werd vastgesteld op €48.224,93.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis is gewezen door de voorzitter en leden van de meervoudige kamer, waarbij één lid buiten staat was mede te ondertekenen.