ECLI:NL:RBOBR:2015:7078

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2015
Publicatiedatum
14 december 2015
Zaaknummer
01/879542-15 ontneming
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt van 703 planten

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 15 december 2015 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de officier van justitie vorderde dat veroordeelde een bedrag van €48.224,93 aan de Staat moest betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit bedrag is gebaseerd op een eerdere oogst van 703 hennepplanten.

De verdediging stelde dat veroordeelde geen wederrechtelijk voordeel had genoten en verzocht om afwijzing of matiging van de vordering. De rechtbank oordeelde echter dat uit het dossier voldoende aanwijzingen blijken dat veroordeelde voordeel heeft genoten uit een eerdere oogst, ondanks dat hij hierover geen verklaring wilde afleggen.

De berekening van het voordeel is gebaseerd op een standaardmethodiek uit het BOOM-rapport, waarbij de opbrengst per plant, de verkoopprijs per gram hennep en de kosten van de teelt in aanmerking zijn genomen. De netto opbrengst van de oogst werd vastgesteld op €48.224,93.

De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis is gewezen door de voorzitter en leden van de meervoudige kamer, waarbij één lid buiten staat was mede te ondertekenen.

Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €48.224,93 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Team strafrecht
Parketnummer ontneming: 01/879542-15 Datum uitspraak: 15 december 2015
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Vietnam) op [geboortedatum] 1981,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Onderzoek van de zaak:

De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 48.224,93 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 december 2015.

De beoordeling:

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft bij haar vordering gepersisteerd en is hierbij uitgegaan van één eerdere oogst van 703 hennepplanten.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte geen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten en dat de vordering van de officier van justitie om die reden afgewezen dient te worden. In subsidiaire zin heeft de raadsman bepleit dat de vordering gematigd dient te worden.
Het oordeel van de rechtbank.
De vordering is tijdig ingediend.
De rechtbank heeft in de hoofdzaak onder meer bewezen geacht dat veroordeelde met anderen in de periode van 1 mei 2015 tot en met 1 juni 2015 (703) hennepplanten heeft geteeld. Hoewel veroordeelde uit deze teelt (nog) geen voordeel heeft genoten, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzingen dat veroordeelde voordeel uit een ander strafbaar feit heeft genoten, te weten uit een eerdere oogst van 703 hennepplanten. Dat er sprake is geweest van een dergelijke eerdere oogst leidt de rechtbank af uit de uitgewerkte bewijsmiddelen die in bijlage A aan dit vonnis zijn gehecht.
Anders dan de raadsman bepleit, ziet de rechtbank gelet op de bewijsmiddelen geen aanleiding om aan te nemen dat veroordeelde geen voordeel heeft genoten. Verdachte heeft immers geen verklaring willen geven over een eerdere oogst en de omvang daarvan. Bij gebreke van een verklaring van de veroordeelde daaromtrent houdt de rechtbank het ervoor dat de maximaal berekende capaciteit van de kwekerij, begroot op 703 hennepplanten, is benut. Voor een ander scenario zijn onvoldoende aanknopingspunten gebleken.
Het in bijlage A vermelde rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennep-kwekerij dat betrekking heeft op [veroordeelde] bevat op pagina 16 een standaardberekening, gebaseerd op de in het BOOM-rapport van 1 november 2010 beschreven uitgangspunten. Met inachtneming van deze berekeningsmethodiek komt de rechtbank tot de volgende berekening, die gebaseerd is op één gerealiseerde oogst van 703 hennepplanten die voordeel heeft gegenereerd.
De opbrengst per hennepplant is afhankelijk van de hoeveelheid hennepplanten per m2.
Hieruit blijkt dat hoe lager het aantal planten per m2, hoe hoger de opbrengst per plant.
In de onderhavige kweekruimte stonden 25 hennepplanten per m2. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is, uitgaande van 25 hennepplanten per m2, minimaal 23 gram. De verkoopprijs van hennep bedraagt € 3,28 per gram.
De totale bruto opbrengst van de oogst is derhalve:
703 planten x 23 gram = 16.169 gram x € 3,28 per gram = € 53.034,32
Hierop worden de navolgende kosten in mindering gebracht:
afschrijvingskosten € 500,00 (gerelateerd aan 703 hennepplanten)
hennepstekken € 2.003,55 (€ 2,85 per hennepstek x 703)
variabele kosten € 2.305,84 (€ 3,28 per hennepplant x 703)
----------------- +
Totaal aan kosten € 4.809,39
Netto opbrengst van de onderhavige oogst:
€ 53.034,32 - € 4.809,39 = € 48.224,93.
De rechtbank schat het totale voordeel dan ook op € 48.224,93.

De uitspraak

Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 48.224,93(achtenveertigduizendtweehonderdvierentwintig euro en drieënnegentig cent).
Legt aan [veroordeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van
€ 48.224,93(achtenveertigduizendtweehonderdvierentwintig euro en drieënnegentig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van het feit ter zake waarvan hij is veroordeeld, heeft verkregen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.J.H. Van Dellen, voorzitter,
mr. B.A.J. Zijlstra en mr. B. Damen, leden,
in tegenwoordigheid van Ş. Altun, griffier,
en is uitgesproken op 15 december 2015.
mr. B. Damen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.