Partijen sloten een koop- en samenwerkingsovereenkomst waarbij Altius Horses B.V. 50% eigendom van een paard had en stallingskosten van €400 per maand voor haar rekening nam. Na april 2013 stopte Altius met betaling van deze kosten, waarna eiseres deze voorschoot uit hoofde van zaakwaarneming.
Eiseres vorderde betaling van achterstallige stallingskosten, een voorschot voor toekomstige stallingskosten tot november 2018, en vergoeding van revalidatiekosten voor het paard. Altius betwistte de vorderingen en stelde dat eiseres geen spoedeisend belang had, onder meer vanwege vermeende financiële draagkracht en onduidelijkheden over de stallingskosten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres een spoedeisend belang had en dat Altius tekort was geschoten in haar betalingsverplichtingen. De achterstallige stallingskosten van €4.400 werden toegewezen, evenals het voorschot voor toekomstige stallingskosten. De gevorderde revalidatiekosten werden afgewezen wegens gebrek aan overleg en onzekerheid over de noodzaak.
Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.