De rechtbank Oost-Brabant heeft op 22 december 2015 een voorlopige voorziening getroffen in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de omgevingsvergunning voor de vestiging van een fitnesscentrum in Helmond. De vergunning was verleend voor het wijzigen van een autoshowroom tot fitnesscentrum, maar verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit en vroegen om schorsing.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vergunning niet voorziet in een zelfstandige fysiotherapiepraktijk, terwijl uit de aanvraag en nadere toelichting bleek dat die wel beoogd werd. Dit vormt een wezenlijke wijziging waarvoor een aparte vergunning vereist is. Daarnaast was er onzekerheid over de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen. Hoewel 61 parkeerplaatsen waren voorzien, was niet duidelijk of deze allemaal bruikbaar en bereikbaar waren, mede vanwege afwijkingen in maatvoering en het ontbreken van een verkeersbesluit voor het instellen van een parkeerverbod op de openbare weg.
Verder werden zorgen geuit over mogelijke verkeersonveilige situaties door parkeren op de openbare weg en over leegstand en overlast, maar deze gronden werden niet gegrond bevonden. Gezien de onzekerheden over de vergunning en de parkeerproblematiek werd het primaire besluit geschorst tot na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers.